OVERWEGING

Christus is ons verschenen

Het feest, dat we op 6 januari, ofwel het feest van de aanbidding door de drie wijzen – ook Driekoningen genoemd – vieren geeft ons een vermoeden van de heerlijkheid die we in de hemel zullen genieten, wanneer we Christus mogen aanschouwen, die Zich heden vertoont als de almachtige Koning van glorie. Onze reis naar Hem is, evenals die van de Wijzen uit het oosten, zwaar en lang geweest, maar vandaag bieden we hem onze geschenken aan.

    

Het glorieuze feest van Christus’ Verschijning: de Koning van hemel en aarde, tot wie alle volkeren toestromen! Het nieuwe Jeruzalem, onze H.Kerk, staat op die dag in de volle schittering van het licht, omdat de heerlijkheid van de Heer over haar is opgegaan. Ze is de stad op de berg, die geen zon en geen maan nodig heeft, omdat de glorie van God haar verlicht en het Lam haar fakkel is. Op die dag is het feest voor allen die in de duisternis waren gezeten, voor allen die eenzaam waren en verlaten. Voor allen die door deze Koning, die straalt van  licht en van liefde, verlost zijn en van hun smetten gereinigd. Wij allen, ledematen van de Kerk als het Mystieke Lichaam van Christus, baden ons in het licht van Hem, die zich op die dag aan ons openbaart als de almachtige Koning vol majesteit. Hij roept ons allen bijeen, ons die dicht bij zijn, en de anderen, de heidenen en de afgedwaalden die veraf staan, en nodigt ons allen uit:  “Gij allen, die dorst lijdt, komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, snelt toe, koopt en eet!” Wij geven zijn roep door, opdat heel de aarde drinkt van zijn liefde en vol worde van de jubel die de Koning tegemoet klinkt. Ieder mensenhart brenge hem vandaag zijn hulde, iedere ziel worde vandaag gevuld van zijn licht, om zijn Licht uit te dragen. Met het feest van de drie wijzen uit het oosten vieren we een vóórfeest van de ontmoeting met Hem in de hemel, wanneer Hij ons volledig de zaligmakende aanschouwing zal schenken en we doortrokken zullen zijn van zijn gloed, wanner wij zijn liefelijke stem zullen horen en Hij ons welkom zal heten en ons omkleden met het gewaad van het heil en met de mantel der gerechtigheid.  Op die dag danken wij Hem, dat Hij dat eeuwige lichtfeest in de hemel voor ons mogelijk heeft gemaakt en ons ook nu reeds wijdt tot kinderen van het licht, bewoners ook nu reeds van de hemel- stad Jeruzalem. De koningen, die door de ster werden geleid, waren de verte- genwoordigers van allen die door het geloof naar de Koning worden geleid.  Zoals zij van verre zijn gekomen, zo heeft een ieder van ons zijn reis afgelegd. Wij hebben de ons bekende omgeving d.w.z. het aardse met al haar verlokkin- gen, verlaten om u, o Heer, te volgen. Wij belijden, dat dit niet altijd even ge- makkelijk is geweest en soms zeer hard en zeer lang is geweest. Dat we menige keer hebben stil gestaan op de weg en vol verlangen terugkeken naar hetgeen achter ons lag. Toch hebt Gij, Jezus, nooit opgehouden ons met uw licht te verlichten om op de ingeslagen weg voort te gaan. Wij komen nu onze eigen- gereidheid aan uw voeten leggen. Want evenals de koningen brengen ook wij u onze geschenken: laat ons hart, dat door u in uw smeltkroes gelouterd moet zijn, voor u zijn als goud. Laat ons verlangen blijvend naar u uitgaan en u met dank erkennen als onze Hogepriester, Offeraar en Offerande. Laat ons gebed en onze verstervingen voor u de mirre zijn voor uw begrafenis en ons na onze dood deel laten hebben aan uw verrijzenis en hemelvaart om u met de Vader en de Heilige Geest te danken, te aanbidden en te verheerlijken.       

Gebeden bij het begin van het nieuwe jaar.

God, die uzelf gelijk blijft, en wiens jaren niet vergaan, geef ons in dit jaar zo in uw welgevallige, toegewijde dienstbaarheid door te brengen, dat wij niet verstoken blijven van wat wij voor ons leven nodig hebben. Mogen wij ons leven met zulk een toewijding inrichten naar uw wil dat dit niets te wensen overlaat. 

Heilige Maria, ongeschonden Moeder Gods die waardig zijt altijd geprezen te worden, die eerbiedwaardiger zijt dan de cherubim, en onvergelijkelijk roemrijker dan de serafim, wees onze voorspreekster bij God, zodat we ons dit komende jaar geheel en al in zijn dienst stellen. 

Ontleend aan het “Mediatieboek voor kloosterlingen” J.H.Gottmer, blz. 105-107.