OVERWEGING
CHRISTUS KONING DER KONINGEN, HEER DER HEREN
We leven thans in een wereld waarin als het ware alles er op gericht is het drievoudig koningschap van Jezus Christus als Koning van verstand, hart en wil te vernietigen. Hij is Koning van het menselijk verstand niet zozeer vanwege de uitzonderlijke verhevenheid en uitmuntendheid van zijn volmaaktheden, waardoor Hij boven alle schepselen uitgaat, maar vooral omdat Hij de waarheid zelf is en alle mensen de waarheid aan Hem moeten ontlenen en in gehoorzaamheid van Hem ontvangen. Hij wordt Koning van de wil genoemd, niet alleen omdat zijn menselijke wil een volmaakte en ongerepte gelijkvormigheid vertoont met zijn goddelijke, maar ook omdat Hij door de stuwkracht en de ingeving van zijn genade onze vrije wil in staat stelt geestdriftig te worden voor de edelste ondernemingen. Christus wordt tenslotte erkend als de Koning der harten vanwege zijn liefde welke alle begrip te boven gaat, alsmede ook vanwege zijn zachtmoedigheid en goedheid die zielen aantrekt. Niemand was zo bemind en niemand zal ooit zo bemind worden als Jezus Christus. Maar om op ons onderwerp dieper door te gaan: iedereen kan inzien, dat de titel en de macht van koning niet alleen aan Christus als God maar óók in de meest eigenlijke zin aan Hem als mens toekomt. Als Woord van God die één in wezen met de Vader is, heeft Jezus van nature evenals de Vader de opperste en onbeperkte heerschappij over alle schepselen en moeten alle engelen en mensen Hem aanbidden. Maar in Christus is naast de goddelijke natuur ook de menselijke natuur. Alleen al op basis van de wonderbaarlijke vereniging van de goddelijke en menselijke natuur in Jezus Christus, die hypostatische heet, zijn engelen en mensen ook aan zijn gezag gehoorzaamheid en onderdanigheid verschuldigd. Dat wil dus zeggen, dat Christus alleen al vanwege de hypostatische vereniging macht ontvangen heeft over alle schepselen. Het koningschap van Christus omvat een drievoudige macht: de wetgevende, de rechtelijke en de uitvoerende macht. Zonder deze vormen van macht is een waarachtig koningschap ondenkbaar. De evangelies verhalen, dat Christus wetten uitvaardigt. Jezus verklaart, dat die macht Hem door de Vader is gegeven. Deze rechterlijke macht houdt tevens het recht in de mensen al tijdens hun leven te straffen en te belonen. De uitvoerende macht houdt in, dat op alle mensen de plicht rust aan zijn bevelen te gehoorzamen. De aard van het koningschap van Christus is bovenal geestelijk. De Heiland stelt zijn rijk tegenover dat van satan en de macht van de duisternis. Voor Pilatus heeft onze Heer verklaart, dat zijn rijk niet van deze wereld is. De intrede in dat rijk moet men voorbereiden door boetvaardigheid en is alleen mogelijk door het geloof en het doopsel. Hij vraagt aan zijn leerlingen niet alleen, dat zij afzien van rijkdommen en aardse goederen, maar dat zij hongeren en dorsten naar gerechtigheid, verzaken aan zichzelf en hun kruis opnemen. Het ontkennen en het aan Christus ontzeggen van zijn macht over alle tijdelijke aangelegenheid, heeft, zoals we vooral de laatste jaren zagen en nog meer dan ooit zullen zien, ongekende gevolgen, want Hij heeft van zijn Vader een zodanige absolute zeggingsmacht ontvangen over al het geschapene, dat alles aan zijn wil is onderworpen.
