OVERWEGING

De vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God

 

In het epistel van deze zondag ontvouwt de heilige Paulus het wereldomvattend perspectief van de heerlijkheid van de christelijke vrijheid. Hij stelt die vrijheid tegen de tragische achtergrond van het lijden van deze wereld en het kreunen van een schepping, die sinds de val van het eerste mensenpaar, Adam en Eva, haar ware betekenis verloren had en aan de slavernij van de vergankelijkheid was onderworpen (Rom.8,18-23).

Deze vrijheid waarmee de apostel zo vaak het nieuwe leven van de christen typeert, moeten we goed verstaan, want vaak heeft voor ons het idee van vrijheid zijn diepte verloren. Vrijheid betekent niet een ongebonden kunnen doen en laten wat men maar wil; dit heen en weer geslingerd worden door zijn grillen verdient die naam niet, maar is veeleer een uitzichtloos opgesloten-zijn in zichzelf. Het schepsel kan nooit in zichzelf de laatste norm zijn van zijn handelen vinden. Vrijheid is daarom voor hem spontane openheid naar de ander. Doch op de eerste plaats is ze een in liefde aanvaarde afhankelijkheid van de wil van God, zijn Schepper. Eerst hierdoor is de vrijheid een loskomen van de ijdelheid der vergankelijke dingen. Paulus stelt dan ook vrijheid niet tegenover afhankelijkheid maar tegenover vergankelijkheid: vrijheid maakt los van bederf, dood en vooral van de oorzaak van beide: de zonde. Christelijke vrijheid valt dus samen met christelijke verlossing, zij is gekocht met het Bloed van Jezus.

Van deze vrijheid nu zegt Paulus, dat zij het uitsluitend voorrecht is van het kind Gods; en hij karakteriseert haar als een “vrijheid van de heerlijkheid”. Overwegen we deze beide woorden. “Kind van God zijn” betekent opnieuw geboren worden door het gelovig aanvaarden van het almachtige woord van God-Vader in overgave aan zijn liefde, zijn Geest. Kind van God is hij die bewogen wordt door zijn Geest (Rom.8,14). Is het mogelijk nog vrij te zijn, ja eerst vrij te worden wanneer een ander ons beweegt? Ja, dit is mogelijk, wanneer het de Heilige Geest is, die ons beweegt, ons leidt en ons bestuurt, want “Waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid” (2.Kor.3,17). In het Nieuwe Testament der vrijheid is geen sprake meer van een wet die van buitenaf wordt opgelegd, maar van een beweging van het hart, van een wet geschreven in het hart door de Heilige Geest.

Maar deze vrijheid van de Geest is niet van deze wereld; ze komt van boven. Jezus, de verrezen Heer, de “levende Geest” (1.Kor.15,45) deelt haar mede. Zij is van de hemel, het is een “vrijheid der heerlijkheid”. De verrijzenis van Jezus is de beslissende openbaring van de christelijke vrijheid: zij heeft een nieuwe wereld geschapen, een nieuw bestaan geopend boven het rijk der vergankelijkheid en dood, dat deze wereld is. Vrij-zijn is: verrezen zijn met Jezus, is “zoeken en smaken wat van boven is, niet meer wat van deze aarde is” (Kol.3,1-2).

Maar al behoort deze vrijheid dan aan de hemel, en zal ze eerst daar tot volle ontplooiing komen, wanneer ik voor eeuwig aan God gebonden zal zijn; ze moet toch reeds op aarde zichtbaar worden: want reeds nu is onze verlossing begonnen, reeds nu leeft de verrezen Jezus in ons. Zij moet zichtbaar worden in de onthechting aan de zonde en aan het aardse om ons heen, door een geest van waarachtige armoede, door een bovenaardse vrijheid te midden van alle beproevingen van deze wereld. Is in mijn leven sprake van deze vrijheid? Wij, die de genade hebben ontvangen in deze zware tijd trouw te mogen blijven aan het ware geloof, moeten vooral het triomfantelijke gevoel van vrijheid en blijheid door de verrijzenis van Jezus uitdragen in een wereld die zo ver van God is afgedwaald, en waar niemand weet door welke ramp ze morgen weer geslagen zal worden.

Maar wee ons, wanneer we ons leven zo op dit aardse richten, dat we het heimwee naar de hemel verliezen en weer onderworpen raken aan de “vergankelijkheid van de ijdelheid” waarvan Paulus sprak. Want als het zout zijn kracht verliest, waarmee kan men de aarde dan nog zouten?

O, Vader, geef, dat ik méér en méér als uw kind door het leven ga, onbezorgd, vrij en blij en geborgen in uw liefde. Ik ben in uw hand en door bewust in uw hand te blijven, win ik de vrijheid der kinderen Gods. Bij al wat mij aan ellende en tegenslag overkomt, Gij tilt mij er boven uit, omdat ik in u geloof, op u hoop en u liefheb. Moeder van God, wees voor mij een voorspraak bij u aanbiddelijke Zoon.