Overweging

Met Pasen herdenken wij, dat de Godmens Jezus Christus uit eigen kracht uit de dood is opgestaan en hierdoor voor ons de verrijzenis van ons lichaam op het einde aller tijden mogelijk heeft gemaakt en wij na ons aardse bestaan voor eeuwig deel kunnen hebben aan de heerlijkheden Gods. Hiervan is ons geopen- baard, dat geen oor heeft gehoord en geen oog heeft gezien en in geen mensenhart is opgekomen, wat God bereid voor hen die Hem liefhebben (1.Kor.2,9).  Wij herdenken deze opstanding ten leven, dit Pasen, onder de titel:

Dit is de dag, die de Heer gemaakt heeft.

Verrijzenisdag! Pasen des Heren, Pasen! Laat ons juichen, jubelt van vreugde, gij alle volken. Want van de dood naar het leven, van de aarde naar de hemel heeft Christus, onze God, ons overgebracht, ons die deze zegenzang zingen (Uit het Byzantijnse paasofficie).

Heel de levenloze schepping straalt van licht, omdat ze niet langer in dienst staat van de dienaars van de zonde; heel de mensheid, omdat Christus haar uit de slavernij van de duivel heeft vrijgekocht. Uit het graf van de verrezen Heer gaat deze stralende dag op en straalt licht uit over heel de wereld, zo lang deze bestaat. Een glans en een gloed die overal haar vlammen koesterend verspreidt; een bezield licht, een doelbewust licht, dat uitgaat, elke ziel tegemoet; een genezend licht, dat elke bedrukte troost en bemoedigt. Het is een licht dat voert van de dood naar het leven, van de aarde naar de hemel. Het is een zegepralend licht, want dood en leven streden op leven en dood en als Licht behaalde het leven de overwinning op de duisternis van de hel. Liefde en haat leverden slag en de Liefde overwon. De Eeuwige, de Liefde, die neergedaald was uit de schoot van de Vader, God uit God, Licht uit Licht, de Herder Jezus Christus die zijn leven gaf voor zijn schapen.

Nimmer treedt onze Herder, onze Verlosser ons stralender en liefdevoller tegemoet dan op Paasmorgen. Op Goede Vrijdag hebben we meegeleden met Hem, die verhoord, gegeseld, bespot en gekruisigd werd. We hebben ingezien hoe klein, hoe onbetekenend het persoonlijk leed is waaronder wij gebukt gaan. De aarde die eens door de zondeval van Adam was vervloekt, draagt nu Gods schoonste schepping: het verheerlijkte en met wonden getekende Lichaam van Gods Zoon. Hij staat bij zijn graf, schitterend van licht en ziet naar ons uit of we komen met een jubelend hart, of we Hem danken, dat door zijn dood onze dood slechts een overgang zal zijn naar het leven; of we weten, dat ons eeuwig leven nu reeds in Hem begonnen is.

Hij toont ons zijn handen: door de wonden van de nagelen zijn al onze zonden genezen. Hij toont ons zijn voeten: door die gapende littekens is elke misstap uitgeboet. Hij toont ons, wijd geopend, zijn hart “en het binnenste van zijn ziel, vol glorie, vreugde en trouw. Daarin mogen we ons verblijden en groeien en toenemen in hartelijke liefde. De open wonde van zijn zijde zal onze poort zijn tot het eeuwige leven en onze ingang tot het levende paradijs, dat Hij zelf is. Daar zullen we de vrucht van het eeuwige leven genieten, die voor ons groeide op het kruishout; de vrucht die we verloren door de hoogmoed van Adam en nu winnen in de ootmoedige dood van onze Heer Jezus Christus, die ons levend paradijs is, want in Hem en uit Hem vloeit de fontein van eeuwig heil”, aldus de mysticus Jan van Ruusbroec (1293-1381).

Wij zijn de uwen, o Heer, want Gij hebt ons vrijgekocht uit de slavernij van satan. Vandaag schijnt die eeuwige koop geheel nieuw. Vandaag zijt Gij in geheel nieuwe zin onze Meester, vandaag weten wij op geheel nieuwe wijze, welk een prijs Gij voor ons hebt betaald. Hoe veilig zijn wij in uw handen, welke heerlijkheid hebt Gij ons bereid in het paradijs, dat Gij zelf zijt, hoe Ge door de wondende lans de poorten van de hemel hebt geopend. Vandaag leidt Gij mij binnen in mijn eeuwige woning: in uw Hart. Vandaag doet Gij ook mij verrijzen, omdat ik één word met u, de Verrezene. Dit is de dag die Gij gemaakt hebt: dag van liefde, die geen zonsondergang kent, dag van trouw, die nimmer laat varen wat door zo’n dure prijs werd gekocht. Het is de dag van uw glorie, dag van mijn vreugde, die mij doet zingen voor eeuwig ([1]).

[1] Ontleend aan “Meditatieboek voor kloosterlingen” samengesteld onder leiding van dr.Mathias Goossens O.F.M., uitgeverij J.H.Gottmer, Haarlem-Antwerpen, blz.390-392, 2e druk 1957.