Overweging
Op de eerste zondag na het feest van de Verschijning van de Heer aan de drie koningen viert de Kerk het feest van de Heilige Familie. De overweging over dat heilig huisgezin heeft als titel: „Gij, Jezus, hebt in uw onderdanigheid het huiselijk leven door onuitsprekelijke deugden geheiligd.” Het evangelie verhaalt ons maar weinig over het jonge leven van Jezus in het heilig huisgezin van Maria en Jozef. Slecht enkele feiten: de besnijdenis met het geven van de naam Jezus, de opdracht van het goddelijk Kind aan God in de tempel, de aanbidding van de magiërs (koningen) uit het Oosten; de opdracht van de engel aan Jozef om met het Kind en zijn Moeder naar Egypte te vluchten; de vestiging in Nazareth, waar het Kind toenam in wijsheid en jaren, en in welbehagen bij God en de mensen; de pelgrimstocht naar Jeruzalem, waar Jezus in de tempel achterbleef; de onderdanigheid van Jezus en de moederlijke genegenheid van Maria. Deze genegenheid wordt bij herhaling treffend weergegeven met de woorden: „Maria bewaarde alles in haar hart”. Tenslotte weten we nog van Jezus, dat Hij een ambacht uitoefende en waarschijnlijk, na de dood van Jozef dit zelfstandig voortzette. Want de evangelist Markus verhaalt ons in vers drie van hoofdstuk zes, de vraag die de dorpsgenoten van Jezus stelde, toen Hij in predikte in de synagoge: „Is Hij niet de timmerman, de Zoon van Maria?”. Ondanks deze sobere berichten is vooral door de pausen Pius IX en Leo XIII het heilig huisgezin aan alle christenen ten voorbeeld gesteld, opdat wij onderricht worden door de voorbeelden van het heilig huisgezin, waar Jezus door onuitsprekelijke deugden het huiselijk leven geheiligd heeft, en wij zo hun eeuwige gezelschap verwerven, aldus de Oratie van de H.Mis van die dag. Van de vele deugden die in het heilig huisgezin gebloeid moeten hebben, wordt er in het evangelie maar één uitdrukkelijk genoemd: de onderdanigheid van Jezus aan Jozef en Maria. Deze onderdanigheid is eigenlijk merkwaar- dig: Jezus die als God hoog boven de mensen verheven is, dus ook boven Jozef en Maria, erkent hun ouderlijk gezag en is aan hen onderdanig. Maria is begaafd en begenadigd als geen ander mens, maar zij gehoorzaamt aan Jozef als hoofd van het gezin. De evangelist Lukas geeft dit zo mooi weer, wanneer hij schrijft over de terugvinding van Jezus in de tempel. We lezen: „Maar zijn moeder zei tot Hem: Zie, uw vader en ik zoeken u in doodsangst naar u” (Lk.2,48). In dit huisgezin gehoorzaamde de Heer des Heren aan een vrouw die dagelijks de huishoudelijke plichten vervulde. Hij gehoorzaamde haar, wanneer zij Hem iets opdroeg. Hier leerde God een ambacht doordat Hij gehoorzaamde aan hem, die de werkplaats beheerste en aanwijzingen gaf bij het werk. In dit huisgezin waren de gezagsverhoudingen wel heel bijzonder. Het is juist door die verhoudingen, dat dit gezin ons tot voorbeeld wordt gesteld. Maria en Jozef hebben hun gezag met grote eerbied doen gelden voor het Kind, dat aan hen onderdanig was. Ook het gezag dat ouders over hun kinderen hebben moet door hen op de juiste manier uitgeoefend worden. Jezus heeft met goddelijke grootheid en innigheid de leiding van zijn ouders geaccepteerd en opgevolgd. Wie van ons kan met dit voorbeeld voor ogen er een kwestie van maken of onze ouders wel voldoende in alles boven ons, als hun kinderen, verheven zijn? Het is niet nodig, dat onze ouders geleerder of heiliger zijn dan ons. Ze zijn door God over ons aangesteld; daarom kunnen en moeten wij hun onderdanig zijn in de eenvoud van het hart en uit eerbied voor God. Onze God is op aarde verschenen en heeft met mensen omgang gehad. Het langdurigst en intiemst met Maria en Jozef. Daardoor maakte Hij die woning in Nazareth tot een tehuis van liefde, van vreugde en vrede. Tot een huis van liefde, omdat er nooit een liefde is geweest, die bovennatuurlijker en dus verhevener is geweest dan die in dat huis heerste. Tot een huis van vreugde vanwege de milde rijkdom van deze liefde, ondanks het kruis dat Christus met Zich meebracht in dat huis. Tot een huis van vrede, omdat een overvloed van vrede hun deel was. „Laat ons, Heer Jezus, in onze gezinnen steeds dat voorbeeld navolgen van uw heilig huisgezin, opdat wij in het uur van onze dood in gezelschap van de roemrijke moedermaagd en de heilige Jozef door u verdienen voor eeuwig opgenomen te worden in uw huis”.
Zalig Nieuwjaa
CF. „Meditatieboek voor kloosterlingen“ door dr. Mathias Goossens O.F.M., uitgeverij J. Gottmer, Haarlem, Antwerpen,blz.107-109.
